Hoe passen mestvergisting en biogas binnen het energiesysteem van een agrarisch bedrijf?

Hoe passen mestvergisting en biogas binnen het energiesysteem van een agrarisch bedrijf

Leestijd: 14 minuten

Mestvergisting kan dierlijke mest omzetten in biogas, maar daarmee is nog niet bepaald of een vergister bij een agrarisch bedrijf past. De beschikbare meststroom, de bestemming van het geproduceerde gas, de verwerking van het digestaat, de vergunningen en de aansluiting op het bestaande energiesysteem bepalen samen wat technisch en bedrijfsmatig haalbaar is. In dit artikel leggen we uit hoe mestvergisting werkt, wat het verschil is met mestverwerking en welke afwegingen nodig zijn voordat je in een installatie investeert.

Kort uitgelegd: bij mestvergisting breken micro-organismen organisch materiaal af zonder zuurstof. Daarbij ontstaan biogas en digestaat. Het biogas kan worden gebruikt voor warmte en elektriciteit of worden opgewerkt tot groen gas. Het digestaat blijft na het proces over en moet binnen de geldende mest- en milieuregels worden toegepast of verwerkt.

Hoe passen mestvergisting en biogas binnen het energiesysteem van een agrarisch bedrijf

Wat is mestvergisting?

Mestvergisting is een biologisch proces waarbij micro-organismen organische bestanddelen in mest afbreken. Dit gebeurt in een afgesloten vergistingstank zonder zuurstof. Tijdens dat proces ontstaat biogas. Het materiaal dat na de vergisting achterblijft, wordt digestaat genoemd.

Biogas bestaat voor een belangrijk deel uit methaan en daarnaast onder meer uit koolstofdioxide, waterdamp en andere bestanddelen. Het gas kan niet in iedere vorm direct voor alle toepassingen worden gebruikt. De gewenste toepassing bepaalt daarom welke vervolgstappen nodig zijn na de vergisting.

Een mestvergistingsinstallatie bestaat niet uitsluitend uit de vergister. Afhankelijk van de gekozen opzet zijn onder meer opslag, gasbehandeling, een bestemming voor het biogas en voorzieningen voor het digestaat nodig. Ook bediening, controle, onderhoud en veiligheid blijven onderdeel van de dagelijkse bedrijfsvoering.

Mestvergisting moet daardoor worden gezien als een bedrijfsproces dat continu aandacht vraagt. Het is geen installatie die los van de rest van het agrarische bedrijf kan worden geplaatst en daarna vanzelf energie produceert.

Wat is het verschil tussen mestverwerking en mestvergisting?

Mestverwerking is een verzamelterm voor technieken waarmee mest wordt behandeld. Daaronder kunnen bijvoorbeeld scheiding, droging, hygiënisatie, compostering en vergisting vallen. Mestvergisting is dus één vorm van mestbehandeling, met als kenmerk dat tijdens het proces biogas wordt geproduceerd.

Het onderscheid is belangrijk, omdat mestvergisting niet betekent dat de mest na het proces verdwenen is. Een deel van de organische stof wordt omgezet in biogas, maar digestaat blijft achter. De mineralen uit de oorspronkelijke mest verdwijnen niet automatisch door vergisting.

Mestvergisting lost daardoor op zichzelf geen volledig mestoverschot op. Het proces voegt energieproductie toe aan de behandeling van mest, maar voor het digestaat blijft een geldige bestemming nodig. Afhankelijk van de bedrijfsdoelen kan verdere verwerking van het digestaat onderdeel worden van het totale plan.

De eerste vraag is daarom niet alleen of mestvergisting technisch mogelijk is. Er moet ook duidelijk zijn welk bedrijfsprobleem ermee wordt aangepakt:

  • Wil je biogas of groen gas produceren?
  • Wil je elektriciteit en warmte opwekken?
  • Wil je methaan uit opgeslagen mest benutten?
  • Wil je mestverwerking combineren met energieproductie?
  • Is er een passende bestemming voor het digestaat?
  • Past de installatie binnen de bestaande bedrijfsvoering?

Pas als het doel duidelijk is, kan worden bepaald welke techniek en schaal daarbij passen.

Wat is het verschil tussen monomestvergisting en covergisting?

Bij monomestvergisting, door IPLO ook monovergisting genoemd, wordt uitsluitend dierlijke mest vergist. Het gaat bijvoorbeeld om mest die op het eigen veehouderijbedrijf vrijkomt.

Bij covergisting wordt dierlijke mest samen met andere organische materialen vergist. Deze aanvullende materialen kunnen de gasopbrengst verhogen, maar brengen extra eisen met zich mee. Het gaat vaak om plantaardige materialen of reststromen die juridisch als afvalstof kunnen worden aangemerkt.

De keuze heeft gevolgen voor de bedrijfsvoering en de regelgeving.

Monomestvergisting

  • Er wordt alleen dierlijke mest gebruikt.
  • De grondstof komt vaak uit de bestaande veehouderij.
  • Er hoeven geen aanvullende covergistingsmaterialen te worden ingekocht of aangevoerd.
  • Het overblijvende digestaat blijft onder de regels voor dierlijke mest vallen.
  • De gasopbrengst per ton grondstof is doorgaans lager dan bij toevoeging van energierijkere organische materialen.

Covergisting

  • Mest wordt gecombineerd met andere organische materialen.
  • Er is een aanvullende aanvoer- en opslagstroom.
  • De gebruikte materialen moeten aan wettelijke voorwaarden voldoen.
  • De kwaliteit en juridische status van het digestaat hangen mede af van de ingevoerde materialen.
  • Covergisting is vergunningplichtig en kan aanvullende eisen opleveren rond afvalstoffen, geur, opslag en veiligheid.

Covergisting kan meer gas opleveren, maar is daarmee niet automatisch de betere keuze. Extra grondstoffen betekenen ook extra inkoop, transport, controle, opslag, administratie en afhankelijkheid van leveranciers. De hogere potentiële productie moet daarom worden afgewogen tegen de complexere bedrijfsvoering.

Wat kun je met het geproduceerde biogas?

De bestemming van het biogas is een van de belangrijkste keuzes binnen het project. Zonder bruikbare en betrouwbare afzet heeft de productie van gas weinig waarde.

In hoofdlijnen zijn er twee veelgebruikte routes.

Elektriciteit en warmte produceren met een WKK

Biogas kan worden gebruikt in een warmtekrachtkoppeling, meestal afgekort als WKK. Deze installatie zet het gas om in elektriciteit en warmte. De elektriciteit kan binnen het bedrijf worden gebruikt of, afhankelijk van de technische en contractuele situatie, worden geleverd. De warmte kan onder meer nodig zijn voor de vergister zelf en eventueel voor andere bedrijfsprocessen.

Een WKK is vooral interessant wanneer zowel de elektriciteit als de beschikbare warmte een bruikbare bestemming hebben. Wanneer een groot deel van de warmte niet kan worden benut, heeft dat invloed op de waarde van het totale systeem.

Ook de elektrische kant moet vooraf worden beoordeeld. Het opwekken van elektriciteit betekent niet automatisch dat deze altijd op het openbare net kan worden ingevoed. De eigen vraag, terugleverruimte, aansluiting en energiemarkt bepalen mede hoe de geproduceerde elektriciteit kan worden ingezet.

Biogas opwerken tot groen gas

Ruw biogas heeft een andere samenstelling en kwaliteit dan aardgas. Om het aan het openbare gasnet te kunnen leveren, moet het worden gereinigd en opgewerkt. Daarbij wordt het aandeel methaan verhoogd en worden onder meer koolstofdioxide en onzuiverheden verwijderd. Het eindproduct heet groen gas en moet aan de geldende kwaliteitseisen voldoen.

Voor deze route zijn aanvullende techniek, kwaliteitscontrole en een geschikte gasaansluiting nodig. De schaal van de installatie en de afstand tot een afname- of invoerpunt spelen daardoor een belangrijke rol.

Een andere mogelijke route is het leveren van biogas aan een afnemer die het gas of de warmte direct kan gebruiken. Onderzoek van Wageningen University & Research laat zien dat de aansluiting tussen een min of meer continue gasproductie en het afnamepatroon van de gebruiker sterk kan doorwerken in de businesscase.

Wat gebeurt er met het digestaat?

Digestaat is het materiaal dat na de vergisting in de installatie achterblijft. Het bevat water, mineralen en organisch materiaal dat tijdens het proces niet is afgebroken. Vergisting maakt van mest dus geen volledig nieuw of restloos product.

Bij monomestvergisting blijft het digestaat een dierlijke meststof. Voor het gebruik, de opslag en de afvoer blijven de toepasselijke mestregels gelden. Bij covergisting hangt de status van het digestaat mede af van de gebruikte materialen. Digestaat uit covergisting mag alleen onder voorwaarden als dierlijke meststof worden gebruikt.

Voor covergisting zijn twee voorwaarden in het bijzonder van belang:

  1. Het ingevoerde mengsel moet op gewichtsbasis voor minimaal 50% uit dierlijke mest bestaan.
  2. De gebruikte covergistingsmaterialen moeten voorkomen in de daarvoor aangewezen lijst in de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet.

Wanneer niet aan de voorwaarden wordt voldaan, kan het digestaat juridisch als afvalstof worden aangemerkt. Dat heeft grote gevolgen voor de afzet en verwerking.

De bestemming van het digestaat hoort daarom vanaf het begin in de haalbaarheidsbeoordeling thuis. Eerst een vergister kiezen en pas daarna bepalen wat er met het digestaat moet gebeuren, kan de uitvoerbaarheid en businesscase van het project onder druk zetten.

Wanneer past mestvergisting bij een agrarisch bedrijf?

Mestvergisting past niet automatisch bij ieder bedrijf met dierlijke mest. De haalbaarheid hangt af van de combinatie van bedrijfsomvang, beschikbare grondstoffen, locatie, energiebehoefte, afzet, regelgeving en investeringsruimte.

Wageningen University & Research concludeert in verschillende onderzoeken dat de technische en economische uitkomst sterk bedrijfsspecifiek is. Ook de gekozen schaal en samenwerking met andere bedrijven of afnemers kunnen bepalend zijn. Recent onderzoek naar monomestvergisting laat bovendien zien dat centrale of gezamenlijke concepten in sommige situaties economisch kansrijker kunnen zijn dan een volledig zelfstandige installatie op één primair bedrijf.

Een eerste beoordeling moet daarom ten minste antwoord geven op de volgende vragen.

Welke meststroom is structureel beschikbaar?

Een vergister vraagt om een voorspelbare aanvoer. Daarbij gaat het om de hoeveelheid, samenstelling, versheid en beschikbaarheid gedurende het jaar. Een berekening op basis van een incidentele piek of toekomstige groei geeft geen betrouwbare basis voor het ontwerp.

Welke toepassing krijgt het biogas?

Er moet vooraf duidelijk zijn of het gas wordt gebruikt voor een WKK, wordt opgewerkt tot groen gas of wordt geleverd aan een externe afnemer. Iedere route vraagt om een andere technische inrichting en heeft een andere invloed op de investerings- en exploitatiekosten.

Is er voldoende vraag naar elektriciteit en warmte?

Bij een WKK ontstaat zowel elektriciteit als warmte. De waarde van de installatie hangt daarom mede af van de mate waarin beide energiestromen bruikbaar zijn. De warmtevraag kan per seizoen verschillen, terwijl een vergister bij voorkeur zo gelijkmatig mogelijk wordt bedreven.

Kan het gas of de elektriciteit worden geleverd?

Voor levering aan het openbare net moet technische en contractuele ruimte beschikbaar zijn. Bij groen gas gaat het om de aanwezigheid en geschiktheid van de gasinfrastructuur. Bij elektriciteitsproductie speelt de beschikbare terugleverruimte een rol.

Wat gebeurt er met het digestaat?

De hoeveelheid digestaat, de beschikbare opslag, de plaatsingsruimte en eventuele verdere verwerking moeten in de businesscase worden meegenomen. Digestaat is geen onbelangrijk bijproduct, maar een vaste uitgaande stroom uit het proces.

Past de installatie op de locatie?

Een vergister vraagt fysieke ruimte en kan gevolgen hebben voor veiligheid, geur, verkeer, bodem en ruimtelijke inpassing. De afstand tot omliggende functies en de route voor aan- en afvoer kunnen daardoor onderdeel worden van de beoordeling.

Wie gaat de installatie beheren?

Vergisting is een biologisch en technisch proces dat gecontroleerd moet worden. De kwaliteit van de invoer, temperatuur, gasproductie en werking van verschillende onderdelen vragen structurele aandacht. Ook storingen, onderhoud en administratieve verplichtingen moeten binnen de organisatie worden opgevangen.

Hoe sluit mestvergisting aan op zonnepanelen en andere energiesystemen?

Een agrarisch bedrijf kan verschillende vormen van energieproductie en -gebruik combineren. Denk aan zonnepanelen, een WKK, groen gas, batterijopslag, laadvoorzieningen en elektrische bedrijfsprocessen. Deze technieken hebben ieder een ander productie- en gebruikspatroon.

Zonnepanelen produceren afhankelijk van daglicht en weersomstandigheden. Een vergister wordt juist zo gelijkmatig mogelijk gevoed en levert daardoor in beginsel een constantere gasstroom. Bij omzetting via een WKK ontstaat vervolgens een regelbare stroom van elektriciteit en warmte, binnen de technische grenzen van de installatie.

Dat verschil kan kansen bieden, maar maakt de combinatie nog niet automatisch logisch. Eerst moet worden bepaald:

  • wanneer het bedrijf elektriciteit en warmte gebruikt;
  • hoeveel zonnestroom op die momenten beschikbaar is;
  • hoeveel biogas de vergister produceert;
  • welke minimale en maximale belasting voor de WKK geldt;
  • of elektriciteit kan worden teruggeleverd;
  • of geproduceerde warmte direct kan worden benut;
  • welke rol opslag of aansturing werkelijk toevoegt.

Een batterij slaat elektriciteit op, geen ruw biogas of warmte. De batterij moet daarom worden beoordeeld op basis van het elektrische profiel dat na toepassing van zonnepanelen, WKK en bedrijfsverbruik overblijft. Het enkele feit dat meerdere energiebronnen aanwezig zijn, is geen onderbouwing voor batterijopslag.

Het aangeleverde uitgangspunt van Zonneklaar is om mestverwerking, biogas, zonnepanelen, batterijopslag en energiemanagement niet als losse investeringen te behandelen. De onderlinge samenhang en de ontwikkeling van het agrarische bedrijf moeten volgens deze visie leidend zijn voor de energiestrategie.

Welke regels spelen bij mestvergisting?

Voor mestvergistingsinstallaties kunnen verschillende regels gelden rond milieu, ruimtelijke inpassing, bodem, water, lucht, geur, veiligheid, afvalstoffen, dierlijke bijproducten en het gebruik van digestaat.

Het Besluit activiteiten leefomgeving bevat specifieke regels voor mestvergistingsinstallaties. Deze gaan onder meer over de vergistingstank, de opslag van biologisch actief digestaat, de opslag en bewerking van vergistingsgas en voorzieningen om bodemverontreiniging te voorkomen.

Voor covergisting geldt een vergunningplicht vanwege de combinatie van mest met afvalstoffen of speciaal geteelde materialen. In de vergunning kunnen aanvullende voorschriften worden opgenomen over bijvoorbeeld controle, opslag en verwerking van de toegevoegde stoffen.

Daarnaast moet de installatie ruimtelijk op de locatie kunnen worden toegestaan. De gemeente beoordeelt daarbij onder meer het omgevingsplan. Thema’s als externe veiligheid en geur kunnen invloed hebben op de inpassing.

Afhankelijk van de gebruikte materialen kan daarnaast een erkenning voor dierlijke bijproducten nodig zijn. Ook voor de kwaliteit en eventuele invoeding van groen gas gelden afzonderlijke eisen.

De exacte verplichtingen hangen af van de installatie, schaal, locatie, grondstoffen en toepassing van het gas. Laat daarom vroeg in het traject beoordelen welke meldingen, vergunningen, erkenningen en onderzoeken voor het concrete project nodig zijn.

Let op: dit artikel beschrijft het algemene kader. Wetgeving, subsidieregelingen en technische normen kunnen wijzigen. Concrete wijzigingen en nieuwe regelingen horen in actuele nieuwsartikelen en moeten bij ieder project opnieuw worden gecontroleerd.

Welke informatie is nodig voor een eerste beoordeling?

Een eerste beoordeling van mestvergisting begint niet bij het merk of formaat van een installatie. Eerst moet het agrarische bedrijf als geheel in beeld worden gebracht.

Daarvoor zijn in ieder geval de volgende gegevens relevant:

  • het type agrarisch bedrijf;
  • de beschikbare hoeveelheid en soort mest;
  • de opslagwijze en verblijftijd van de mest;
  • eventuele andere organische reststromen;
  • het elektriciteitsverbruik per uur, dag en seizoen;
  • de huidige en toekomstige warmtevraag;
  • aanwezige zonnepanelen of andere energieopwekking;
  • de elektrische netaansluiting en terugleverruimte;
  • de aanwezige gasinfrastructuur;
  • de mogelijke bestemming van het biogas;
  • de opslag, toepassing of verwerking van digestaat;
  • de beschikbare fysieke ruimte;
  • plannen voor uitbreiding of wijziging van het bedrijf;
  • de beschikbare organisatie voor beheer en onderhoud.

Vervolgens kunnen meerdere routes worden vergeleken. Denk aan monomestvergisting of covergisting, gebruik van een WKK, opwerking tot groen gas, rechtstreekse levering aan een afnemer of samenwerking met andere agrarische bedrijven.

Het doel van deze vergelijking is niet om zoveel mogelijk technieken aan elkaar te koppelen. Het doel is om vast te stellen welke combinatie technisch uitvoerbaar is, aansluit op de bedrijfsvoering en over de volledige gebruiksduur beheersbaar blijft.

Mestvergisting begint bij de bestemming van iedere energiestroom

Mestvergisting kan een agrarisch bedrijf naast voedselproducent ook producent van biogas, elektriciteit, warmte of groen gas maken. Daar staat tegenover dat een extra bedrijfsproces ontstaat met eigen technische, juridische en organisatorische verplichtingen.

De belangrijkste vraag is daarom niet: welke vergister moeten we plaatsen? Een betere eerste vraag is: welke rol kan mestvergisting binnen dit specifieke bedrijf vervullen?

Daarvoor moeten vier stromen vooraf met elkaar in balans worden gebracht:

  1. de aanvoer van mest en eventuele andere grondstoffen;
  2. de productie en toepassing van biogas;
  3. het gebruik of de levering van elektriciteit en warmte;
  4. de opslag, toepassing of verwerking van digestaat.

Zonneklaar beschrijft in het aangeleverde document een aanpak waarbij energiegebruik, bedrijfsprocessen, reststromen en toekomstplannen samen worden beoordeeld. Vanuit die analyse kan worden bepaald hoe mestvergisting of biogas eventueel aansluit op lokale energieopwekking, batterijopslag en energiemanagement.

Tot slot: mestvergisting moet binnen het hele energiesysteem passen

Mestvergisting begint bij een beschikbare meststroom, maar de haalbaarheid wordt bepaald door het volledige agrarische bedrijf. De bestemming van het biogas, het gebruik van elektriciteit en warmte, de verwerking van digestaat, de aanwezige netruimte en toekomstige investeringen moeten op elkaar aansluiten. Een technisch werkende vergister is daarom nog geen passend energiesysteem.

Zonneklaar beoordeelt mestvergisting en biogas vanuit de complete energiehuishouding van het bedrijf. Daarbij brengen we het energiegebruik, de bedrijfsprocessen, aanwezige reststromen, bestaande energieopwekking en toekomstplannen samen. Vervolgens wordt bekeken welke rol mestvergisting kan vervullen en hoe deze eventueel aansluit op zonnepanelen, batterijopslag en energiemanagement. Van advies en engineering tot realisatie, monitoring en langdurig beheer kan Zonneklaar betrokken blijven. Zo wordt niet vanuit één installatie geredeneerd, maar vanuit een energiesysteem dat uitvoerbaar en beheersbaar moet zijn binnen de dagelijkse bedrijfsvoering.

Wil je laten beoordelen welke rol mestvergisting of biogas binnen jouw agrarische bedrijf kan spelen?

Veelgestelde vragen over mestvergisting en biogas

01 Is mestvergisting hetzelfde als mestverwerking?

Nee. Mestverwerking is een brede term voor verschillende manieren waarop mest wordt behandeld. Mestvergisting is één van die technieken. Bij vergisting wordt een deel van de organische stof omgezet in biogas, terwijl digestaat achterblijft.

02 Verdwijnt mest door vergisting?

Nee. Tijdens de vergisting wordt een deel van de organische stof omgezet in biogas. Het grootste deel van het materiaal, waaronder water en mineralen, blijft achter als digestaat. Voor dit digestaat blijft opslag, toepassing, afvoer of verdere verwerking nodig.

03 Wat is het verschil tussen biogas en groen gas?

Biogas is het ruwe gas dat rechtstreeks uit de vergister komt. Groen gas ontstaat nadat biogas is gereinigd en opgewerkt tot een kwaliteit die vergelijkbaar is met aardgas. Daarna kan het, wanneer aan alle eisen is voldaan, in het openbare gasnet worden ingevoerd.

04 Wat is het verschil tussen monomestvergisting en covergisting?

Bij monomestvergisting wordt alleen dierlijke mest gebruikt. Bij covergisting worden naast mest andere organische materialen toegevoegd. Covergisting kan de gasproductie verhogen, maar brengt aanvullende regels, grondstofstromen en bedrijfsrisico’s mee.

05 Is een batterij altijd interessant naast een mestvergister?

Nee. Een batterij kan alleen elektriciteit opslaan. Eerst moet daarom duidelijk zijn hoeveel elektriciteit de vergister of WKK produceert, hoeveel daarvan direct wordt gebruikt en welke overschotten en pieken daadwerkelijk overblijven. Pas daarna kan de toegevoegde waarde van batterijopslag worden beoordeeld.

06 Kan ieder agrarisch bedrijf een mestvergister plaatsen?

Nee. De technische, economische en juridische haalbaarheid verschilt per bedrijf en locatie. Onder meer de beschikbare meststroom, gasbestemming, energiebehoefte, digestaatroute, schaal, vergunningen en beschikbare infrastructuur zijn bepalend.

Neem contact op

Klaar om je energie slimmer te regelen?

Wil je weten welke energieaanpak past bij je bedrijf, locatie en plannen? Zonneklaar brengt je verbruik, piekmomenten, beschikbare capaciteit en toekomstplannen in kaart. Zo krijg je duidelijkheid over de keuzes die nodig zijn om je energievoorziening beter te benutten.